Historie

Ontwikkeling St.-Joriskerk
Waarschijnlijk stelde Amersfoort tot het jaar 1000 weinig voor en was het niet meer dan een gehucht, dat niet eens een eigen kerk bezat. Dat wordt anders in het begin van de twaalfde eeuw; door de gunstige ligging (water en wegen) ontwikkelt Amersfoort zich tot een plaats waarin een opbloei van handel en nijverheid ontstaat. Zowel het wereldlijke bestuur als de geestelijkheid vestigt zich in deze stad in wording. Waarschijnlijk bevond zich hier ook een eenvoudige kapel die ook toen al gewijd lijkt te zijn geweest aan de schutspatroon 'heilige Joris'. In 1248 wordt deze kapel vervangen door een parochiekerk. Wat later, in 1259, verkrijgt Amersfoort stadsrechten en wordt de bisschoppelijke regering gevestigd. Van de voornoemde parochiekerk zijn geen resten meer, behalve dat het onderste deel van de huidige toren tot deze kerk moet hebben behoord.

Kapittelkerk

In 1337 wordt de Sint-Joriskerk tot kapittelkerk verheven, en het is aannemelijk dat de kerk toen al de vorm van een kruis vertoonde; een zogenoemde kruiskerk. Waarschijnlijk door ruimtegebrek wordt in het begin van de vijftiende eeuw een begin gemaakt met de grote verbouwing tot een hallenkerk waarin de toren uiteindelijk midden in de kerk komt te staan. In 1534 heeft de kerk de vorm die het nu nog steeds heeft; een driebeukige hallenkerk. De kerk komt in 1579 in protestantse handen, hoewel volledigheidshalve gezegd moet worden dat de kerk in 1672-1673 tijdelijk door de Rooms-katholieken in gebruik is geweest.

Een kanunnik (canonicus in het Latijn, meervoud kanunniken), ook koorheer, domheer of kapittelheer genaamd, is een geestelijke die deel uitmaakt van een kapittel. Een kapittel betreft veelal een stichting binnen een reeds bestaande geestelijke instelling, zoals een abdij, een kathedraal of zelfs een parochiekerk. Indien het kapittel gevestigd is in een kathedraal, spreekt men van een kathedraalkapittel. De kerk die het kapittel herbergt, wordt collegiale kerk genoemd. In sommige voorname kerken bestonden er soms meerdere kapittels. Het was niet ongewoon dat een er in een kathedralen een groot en klein kapittel bestond, of een zelfs reguliere naast een seculiere stichting. Het aantal kanunniken is afhankelijk van het aantal gestichte prebenden. Een prebende was een geheel van dotaties waarmee in het levensonderhoud van een kanunnik werd voorzien. Omwille van het financieel karakter van deze prebendes werden zij tijdens de Middeleeuwen dikwijls in pacht gegeven. De verwerver van de prebende was dan slechts kanunnik in naam en liet zich voor de koordiensten vervangen door een (minder kapitaalkrachtig) priester. Zodoende waren er in het verleden nogal wat kanunniken die alleen de lagere wijdingen of zelfs geen enkele wijding hadden ontvangen. Deze kanunniken konden dan ook getrouwd zijn. Deze gewoonte is door het Concilie van Trente als misbruik afgeschaft 

Restauraties

De kerk is van 1962-1969, zowel van binnen als van buiten, zeer grondig gerestaureerd. Hierbij zijn prachtige versieringen en schilderijen aangetroffen waarmee de kerk in de Middeleeuwen verfraaid is geweest. Van 2009-2011 vond opnieuw een grote restauratie plaats. Aanleiding was de aantasting van de houten dakkap door de bonte knaagkever. Ernstige scheurvorming in de rest van de kerk was het gevolg van die aantasting. De houten kapconstructie werd met groot vakmanschap hersteld. Buiten kwamen er nieuwe pinakels bij de hoofdingang en ook werd het zuidportaal gerestaureerd. Het glas-in-loodwerk en de gewelfschilderingen kregen een schoonmaakbeurt en de scheuren in het pleisterwerk van gewelven en wanden werden gedicht en ook werd alles gesaust. De kerk is er overdag verrassend licht door geworden en in de avond doet de nieuwe verlichting haar werk.