Interieur

Het gotische doxaal (ook wel oxaal genoemd) is, wat het interieur betreft, wel het meest sprekende element uit deMiddeleeuwen. Het stamt uit 1480 en is gemaakt van zandsteen. Het doxaal vormt de scheiding tussen koor en schip. Hoewel het koor momenteel geen liturgische functie meer heeft, was dit vroeger heel anders: het doxaal vormt vormde de kern waaromheen vele liturgische handelingen plaatsvonden. Door de komst van de Reformatie verloor het doxaal zijn functie. In allerlei andere kerken werden de doxalen dan ook afgebroken. Ook de orgels bleven na de komst van de Reformatie bewaard. Pas met de komst van een nieuw orgel in 1845 kwam daaraan een einde (hoewel er wel pijpwerk uit het oude orgel is gebruikt in het 'nieuwe' orgel van Naber). De orgels konden namelijk een belangrijke functie in de liturgie vervullen. Datzelfde geldt ook voor het doopvont. Een aantal schilderingen verdween na de Reformatie onder nieuwe lagen kalk, en het mooie is, dat juist dit het behoud vormde van deze schilderingen! Verder in het oog springend zijn de 'Klockman' (1725) en het schilderij van Sint-Joris (1687), die zich beiden aan de oostkant van de toren bevinden. Ook moet nog worden genoemd: de preekstoel uit 1659 en het kanselhek (1674) en niet te vergeten de drie orgels die de kerk rijk is.

 

kerktoren

De toren heeft een hoge, achtzijdige 'naaldspits'. De toren functioneerde in het verleden vooral als wachttoren, eerst ten behoeve van het bisschoppelijke hof, later ten dienste van de stad. In 1913 werd deze functie -die al in de Middeleeuwen werd uitgevoerd- opgeheven. Hoewel de klokkenstoel in de toren plaats biedt aan vijf luiklokken, is er slechts ťťn aanwezig. Hoeveel er vroeger hebben gehangen is niet helemaal helder, maar in ieder geval heeft de Duitse bezetter klokken gevorderd. De klok die nog aanwezig is, is gegoten door Gherardus van Wou in 1489.


kansel en koorhek

De kansel bevindt zich waarschijnlijk op dezelfde plek als zijn voorgangers in de Middeleeuwen. Hij is gemaakt in classicistische stijl. Rondom de kansel bevindt zich de 'dooptuin', afgescheiden door een hek. Het deurtje laat het jaartal 1674 zien.

De zuidzijde -de zijde van zon en licht- van een kerkgebouw symboliseerde in de Middeleeuwen het Nieuwe Testament. De noordzijde stond symbool voor het Oude Testament. Om die reden waren in de oude kerkgebouwen twee preekstoelen aanwezig, ťťn voor de lezing van het oude, de ander voor de lezing van het Nieuwe Testament. Het koorhek was oorspronkelijk veel groter, maar is tijdens de restauratie van 1962-1969 sterk verkleind.

 

De Klockman

In 1724-1725 is het torenuurwerk vernieuwd, dat de luiklok in de toren bedient. Aan dit nieuwe uurwerk wordt een klokje gekoppeld, dat tegelijk met de grote klok slaat: de Klockman. Blijkbaar waren er ook in die tijd predikanten die er geen eind aan konden breien, want de Klockman liet met zijn slagen horen dat de predikant over z'n tijd was gegaan, en de dominee kreeg een boete aan z'n broek! Onder de Klockman staat de onderstaande tekst:

 

Waeckt mensch ons laeste uur
comt onverwacht van boven,
Geen uur verseekering kan ick U vast beloven,
Myn meester die my stelt, op dese klock te werck,
Beluyter onverwacht sí jaars duysent in dees kerk

 

Doopvont

In de kerk staat een prachtig exemplaar van een Maaslandse doopvont. Het is ťťn van de weinige interieurstukken uit de Rooms-katholieke periode van de Sint-Joriskerk. Dit kunstwerk dateert van ongeveer 1300.
Het gotische doopvont is gemaakt van grijsblauwe hardsteen, afkomstig uit het Maasgebied rond Namen in WalloniŽ.

De gotische hardstenen vonten zien er meestal uit zoals dit exemplaar: achthoekig en met vier koppen. Men denkt dat de vier koppen samen de wereldbevolking voorstellen; zij kijken ook naar de vier windstreken, maar vroeger dacht men eerder aan de vier rivieren in het Paradijs: Eufraat, Tigris, Nijl en Ganges. Het doopvont met zijn acht hoeken heeft in de loop der eeuwen ook bijna alle hoeken van de Joriskerk gezien. Oorspronkelijk stond het vont aan de westkant van de kruisbasiliek, zoals toen gebruikelijk. Dat was in het middenschip ter hoogte van de toren, want het laatste stukje kerk voorbij de toren was er toen nog niet. Begin 16e eeuw is het sluitstuk van de hallenkerk gebouwd, de zuidwesthoek aan de Hof, voorbij de nu geheel ingebouwde toren. In dit wat verloren stukje bouwde men twee kapellen. De kapel helemaal in de hoek heeft boven de ingangen doorzichtig sierbeeldhouwwerk . Bij de restauratie rond 1965 is ontdekt dat dit de oude doopkapel was, want het vont past precies in een nis aan de kant van de Hof.

 

Het doxaal

Het doxaal is een gebeeldhouwde constructie die opgesteld is op de grens van de 'hallenkerk'en het ťťnbeukige middenkoor. Het maakt dus een scheiding tussen de ruimten. In onze tijd wordt er een enkele dienst of concert gehouden, in deMiddeleeuwen vormde het doxaal de kern, waaromheen vele liturgische handelingen plaatsvonden. Achter het doxaal bevond zich het altaar, en alleen de de priesters mochten de die plaats betreden. Het altaar symboliseerde immers de Goddelijke aanwezigheid en daarom het centrale punt in de liturgie. De naam 'doxaal' kan op meerder manieren worden uitgelegd: doxologie, lofzang of dorsale, wat ruggestuk betekent. Deze laatste naam is het meest aannemelijk. Het is bijzonder dat het doxaal in deze kerk nog bestaat want het Concilie van Trente (1545-1563), besliste dat leken de handelingen van de priesters moesten kunnen volgen. In vele plaatsen zijn de doxalen daarom afgebroken.

 

Sint Joris en de draak

De meest bekende episode uit zijn leven is het verhaal waarin Joris de draak verslaat. De draak symboliseerde voor de vroege christenen het heidendom. De bekering van een heidens land tot het christendom kon daarom symbolisch worden uitgebeeld als het doden van een draak met een speer. In latere eeuwen werd de oorspronkelijke betekenis van het verhaal over de draak niet meer begrepen en geÔnterpreteerd volgens bekende mythen uit de oudheid. Joris zou, net als Perseus, een draak hebben bevochten om de geofferde dochter van de koning te redden. Joris wordt meestal afgebeeld als ridder te paard, terwijl hij de draak met een lans doorsteekt. Soms ligt de overwonnen draak aan zijn voeten. Ook andere scenes uit de middeleeuwse legende komen voor.

 

Grafmonument Jacob van Campen

Het grafmonument voor Jacob van Campen, die op 13 september 1657 in Amersfoort overleed. Van Campen was onder meer de architect van het huidige paleis op de Dam te Amsterdam. Van zijn moeder erfde hij het buiten Randenbroek bij Amersfoort waar hij veel verbleef. Rouwborden Enkele rouwborden zijn nog overgebleven en gerestaureerd. In de zeventiende en achttiende eeuw hing de kerk vol rouwborden (meer dan 100!), beschilderd met het wapen van de overledene en de naaste verwandten. In 1795 werden ze als symbolen van het oude regime uit de kerk verwijderd.
Na de restauratie 2009-2011 werd bij het grafmonument een door de Amersfoortse beeldhouwer Ton Mooy vervaardigd borstbeeld van Van Campen geplaatst.

 

De chirurgijnskamer

In de fraaie chirurgijnskamer boven het gotische ingangsportaal werd vergaderd door de stedelijke chirurgijns. Een kast met oude medische instrumenten en de geraamtes van een man en een hond herinneren nog aan dit voormalig gebruik.