Orgels

Naber-hoofdorgel (1845)
Helaas is er weinig informatie over de vroegere orgels in de St.-Joriskerk bekend. Het eerste orgel hing aan de noordwand van de kerk. De contouren van dit orgel zijn nog steeds te zien. Ook het schilderwerk dat het instrument als het ware een context gaf, is nog gedeeltelijk zichtbaar.
Het orgel is in de loop van de zeventiende eeuw verdwenen. Over het tweede instrument is meer bekend.
Abraham van Bemmel schrijft in 1760: ‘In ’t midden van ’t Zuiderportaal van dese Kerk ziet men een fraay orgel, Ao 1636 gemaakt door Galtus Germansenen deszelfs Zoon German Galtussen, maar in den jaare 1726 grootelijks gerepareert en vernieuwd.’
Echter, Van Bemmel schrijft ten onrechte dat het hier gaat om een nieuw gebouwd instrument. Het orgel was veel ouder (van voor 1551) maar was door hem gerestaureerd.
Dit orgel heeft tot 1840 gefunctioneerd, maar was toen ook in zeer slechte toestand geraakt. In 1842 wordt besloten dat de Deventer orgelmaken C.F.A. Naber een nieuw orgel mag bouwen. In 1845 wordt het orgel opgeleverd.

Bij de bouw van het orgel maakt Naber gebruik van bruikbaar pijpwerk uit het oude orgel. Het Naber-orgel blijft in de loop der jaren niet ongewijzigd. J.F. Witte en J. de Koff voeren aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw verschillende werkzaamheden uit waarbij de dispositie wat wordt gewijzigd.
In 1972 wordt het orgel in het kader van een ingrijpende kerkrestauratie verplaatst van het gotische doxaal aan de koorzijde naar een nieuw balkon aan de torenzijde van de kerk. De windladen van hoofdwerk en bovenwerk worden hoger in de kas gelegd en de bijbehorende mechanieken worden vernieuwd.
De firma J. de Koff & Zn.begint met de restauratie, die wordt afgerond door Flentrop Orgelbouw. Laatstgenoemde firma mag het orgel in 1991 opnieuw restaureren. Het orgel leed veel windverlies, er waren storingen in de mechaniek en bovendien diverse extreme ontstemmingen.
Misschien zou je kunnen stellen dat deze restauratie een aanvullende was op die van 1972. De heringebruikname vond plaats op 31 maart 1995.

Gebruik
Het hoofdorgel van Naber heeft een belangrijke plaats, zowel in het liturgische als culturele leven. In de zondagse erediensten als begeleidingsinstrument voor de gemeentezang, terwijl de zomeravondconcerten -georganiseerd door de culturele commissie St.-Joriskerk- de concertante kwaliteiten voor het licht laten komen. In de loop der eeuwen zijn vele organisten werkzaam geweest. Momenteel is Rien Donkersloot als organist aan de kerk verbonden.

Naber-orgel

Bouwer: C.F.A. Naber, 1844/1845
Restauratie: D.A. Flentrop, 1972, 1991/1995

Hoofdwerk (C-f3) Rugwerk (C-f3) Bovenwerk (C-f3)
Prestant 16 vt Prestant 8 vt Prestant1 8 vt
Bourdon 16 vt Roerfluit 8 vt Holpijp1 8 vt
Prestant 8 vt Bourdon 8 vt Quintadena3 8 vt
Holpijp 8 vt Octaaf 4 vt Viola di Gamba 8 vt
Octaaf 4 vt Holfluit 4 vt Octaaf1 4 vt
Openfluit 4 vt Woudfluit 2 vt Fluit1 4 vt
Quint 3 vt Sexquialter1 2 st Nasard 3 vt
Octaaf 2 vt Mixtuur 3-5 st Gemshoorn 2 vt
Mixtuur 4-6 st Dulciaan2 8 vt Flageolet3 1 vt
Scherp 4 st Hoboe 8 vt
Cornet D 5 st Voxhumana 8 vt
Fagot 16 vt
Trompet B/D 8 vt
Pedaal (C-f1)   Koppelingen
Prestant 16 vt HW-RP
Subbas 16 vt HW-BW
Octaaf 8 vt RP-HW
Octaaf 4 vt Ped-HW
Bazuin 16 vt Ped-RP
Trompet 8 vt

Tremulanten op bovenwerk en gehele werk. Afsluiters voor HW, RP, BW en Ped.

1) uit 1551
2) Naber 1853, uit Vriezenveen
3) Flentrop 1972

Toonhoogte: a1 = 437 Hz
Metzler-orgels

Koororgel
Manuaal (C-f3) Pedaal (C-d1)
Quintadeen 16 vt Quintadeen (transm.) 16 vt
Prestant 8 vt
Gedekt 8 vt
Octaaf 4 vt
Roerfluit 4 vt Pedaalkoppel
Quint 3 vt
Octaaf 2 vt
Mixtuur 4 st
Trompet 8 vt
Continuo-orgel
Manuaal (C-f1)  
Gedekt 8 vt
Roerfluit 4 vt
Prestant 2 vt

Beide orgels: toonhoogte a1 = 440 Hz

Start met typen en druk op Enter om te zoeken

X